Omhoog
Aanbiedingen
Accomodaties
Activiteiten
Alg. informatie
Ardennen per kajak
Bestuursmededelingen
Boottypes
Caravan en tent tips
Clubblad "Rob Roy"
Clublokaal
Filmpjes
Fotoalbum
Geschiedenis
Gezond sporten !
Jongerenhoek
Kalender
Klassement
Ledenhoek
Lid worden
Nevenactiviteiten
Onze adverteerders
Overzicht clubs
Tochtverslagen
Toogdienst
Vaarregels
Verwante sites

Reddingstechnieken

Reddingstechnieken op vlak water
Diverse instapmethoden
Slepen
De sleeplijn
Duwen
Redden van een zwemmer
Besluit

 

  1. Algemene principes bij reddingen:
    We gaan bij het uitoefenen van onze sport natuurlijk steeds proberen te vermijden dat we in situaties terechtkomen waarin we risico's lopen en er toe genoodzaakt worden om een redding uit te voeren. We proberen het niveau van de groep goed in te schatten en het varen dusdanig aan te passen, dat risicovolle trajecten worden vermeden. Het is daarom noodzakelijk dat we de onderstaande technieken beheersen en kunnen toepassen.
    De verwoording risico en redding kunnen soms zwaar klinken en af en toe zou de verwoording "hulptechnieken" meer op zijn plaats zijn. Doch algemeen zullen we spreken van reddingstechnieken.
    Het eigenlijke uitvoeren van reddingstechnieken in reële noodsituaties is slechts weggelegd voor ervaren, geoefende vaarders. Het is trouwens ook niet de bedoeling dat de initianten deze technieken aanleren. Het is de bedoeling dat de initiator ze zelf voldoende beheerst om ze in in de praktijk te kunnen toepassen bij probleemsituaties met initianten. Deze reddingstechnieken kunnen echter wel op het programma van een initiatie staan in een speelse vorm. Het helpt de cursisten trouwens zeer goed om vertrouwd te geraken met hun materiaal en het water.
    Bij een redding zijn er twee partijen: de drenkeling (of hij die gered, geholpen moet worden) en de redder.

    Als drenkeling zijn er een aantal belangrijke punten:
    - Verlaat de kajak rustig. Je hebt meer tijd dan je denkt. Zoek de treklus van het spatzeil door de handen langs de kuiprand naar voren te bewegen. Trek het spatzeil van de kuiprand en verlaat de boot door hem als het ware als een broek uit te trekken. 
    - Laat je kajak en peddel nooit los: samen met je kajak heb je extra drijfvermogen en je bent veel beter zichtbaar voor je redders. Het bij elkaar houden van het materiaal spaart trouwens extra bergingsacties. Af en toe laat een situatie niet toe om het materiaal bij elkaar te houden en is het zelfs beter uit veiligheidsoogpunt om het materiaal los te laten. Vergeet trouwens nooit dat je eigen persoon veel waardevoller is dan het materiaal.
    - Houd de kajak bij voorkeur bij de voorpunt vast (de "gemakkelijkste" redding is over het algemeen via de voorpunt).
    - Zorg dat de voorpunt van de kano altijd naast je gezicht is en in de richting wijst waar de golven vandaan komen: zo krijg je nooit de kano over je heen.
    - Zwem niet onder de kano door, maar verplaats je langs de zijkant of indien aanwezig langs de grijplijnen van de boot.
    - Volg altijd de aanwijzingen van de redders op. Zij kunnen de situatie beter overzien dan jij.
    - Probeer steeds kalm en rustig te blijven en probeer om een overzicht te krijgen over de situatie.

    Als redder zijn er ook een aantal punten om niet te vergeten:
    - Overzie de situatie, bekijk de veiligheid en praat in op de drenkeling. Indien er meerdere redders aanwezig zijn neemt één van hen de leiding.
    - Let op eventueel paniekerig gedrag bij de drenkeling. Geef rustige en duidelijke opdrachten en laat zien dat je de zaak in hand hebt. Roepen en schreeuwen wekt de indruk bij de drenkeling dat je zelf in paniek bent. Kordate bevelen zijn nodig om tot een paniekerige drenkeling door te dringen.
    - Laat de drenkeling tijdens de redding de voorpunt van jouw boot vasthouden: je kunt hem daar goed in de gaten houden. Op stromend water is een redding van op het water echter niet zo evident, hier dien je situatie per situatie in te schatten.
    Geef steeds duidelijke aanwijzingen; ga er van uit dat de drenkeling niets afweet van bergingsacties en onthoud dat de dingen die je als initiator of als redder logisch vindt niet even evident zijn voor een drenkeling.
    - Laat na de redding, op het water, de boot van de ex-drenkeling niet meteen los, hij is vaak geschrokken en moet zich eerst weer op z'n gemak voelen.
    - Houd de persoon daarna ook nog in de gaten, want onzekerheid en eventuele onderkoeling kunnen later problemen geven.
    TOP
  2. Reddingstechnieken op vlak water:
    We dienen een onderscheid te maken tussen de genaamde zelf-reddingstechnieken en de geassisteerde reddingstechnieken.
    2.1. Zelf-reddingstechnieken:

    2.1.1 Eskimorol:
    De beste en meest efficiënte zelf-reddingstechniek is zonder twijfel de eskimorol. Van deze techniek zijn er verschillende varianten, de ene al spectaculairder dan de andere. De manier waarop een eskimorol wordt uitgevoerd is volledig ondergeschikt aan het eindresultaat. Weer boven water komen is de boodschap.
    Voor de initiator is het van zeer groot belang dat deze zelf kan eskimoteren om de veiligheid van zijn groep niet in het gedrang te brengen.
    Eskimoteren is de techniek om na kentering en zonder hulp van derden, met of zonder paddel en zonder de boot te verlaten, de boot en zichzelf terug in de normale vaarpositie te krijgen.
    Deze techniek was oorspronkelijk een overlevingstechniek van de jagende eskimo. Wanner zij in het water terechtkomen,n en de boot verlaten zijn ze zo goed als ten dode opgeschreven.
    Bij de afdalingstrijden, slalom en de polowedstrijden is het beheersen van deze techniek onontbeerlijk.

    Eskimorol

    2.1.2. Zelfstandig terug instappen met behulp van de paddel:
    Wanneer men bij een kentering toch de boot heeft moeten verlaten, en men is er in geslaagd om de boot terug om te draaien kan men vanuit het water terug in de boot klimmen. De techniek bestaat er in door, met behulp van de peddel, een extra steunpunt te creëren en terug in de boot te klimmen. Deze techniek werkt alleen op rustig water. Bij hogere golven en bij hevige wind zal het moeilijk tot onmogelijk zijn om de boot in een goede stabiele positie te houden.
    bevestig de paddel zodanig onder de deklijnen (bij zeekajaks), of hou de paddel zo achter de kuiprand vast, dat één paddelblad plat of net onder het wateroppervlak rust.
    Steun met één hand op de boot en steun met de andere hand af op de paddelsteel. Werk je bovenlichaam tot op het achterdek van de boot en sla één been over het achterdek van de boot. Hou het geheel in evenwicht en schuif de boot in.
    deze techniek zal vooral gebruikt worden op breed, open water. Men heeft een stabiele boot nodig om deze techniek toe te passen. Er mag ook niet te veel water in de boot zitten, anders zinkt de boot bij het aan boord klimmen. In de handel zijn er kleine opblaasbare kussentjes te koop die opgeblazen over het paddelblad kunnen geschoven worden om de paddel meer stabiliteit te geven bij het instappen.

    2.1.3 Zelfredding door inklimmen en oprollen:
    Is een bruikbare zelf-reddingstechniek wanneer je toch uit de boot bent gekomen en je de techniek van het eskimoteren beheerst. Deze techniek is tevens interessant wanneer je boot ook nog eens is uitgerust met een pomp om de boot achteraf leeg te maken.
    Je boot ligt ondersteboven op het water. Zelf ben je in het water, naast de boot (of met het hoofd in het mangat) en met het aangezicht in de richting van de achterste punt. Grijp de kuipranden vast, terwijl je in één van de beide handen tevens de paddel vasthoudt. Haal diep adem en maak een rol achterover. Voer deze rol achterover zó uit dat je benen de kuip inschuiven. Je hangt nu in de boot alsof je net bent omgeslagen. Breng de paddel in positie en voer een eskimorol uit.

    2.1.4 Eskimo-reddingsmethoden:
    Bij de eskimoreddingen blijf je zo lang mogelijk in je omgeslagen boot zitten tot een andere vaarder je te hulp schiet, als dit te lang duurt kun je er altijd nog uit! Deze technieken vragen wel de nodige koelbloedigheid van de gekenterde vaarder, maar kunnen wel een hoop werk besparen. Deze techniek zal bij beginners praktisch nooit kunnen gebruikt worden. Hij kan wel in spelvorm gehanteerd worden, om de cursist watergewenning en bootgevoel te geven. Deze techniek kan ook op rivierafvaarten gebruikt worden, mits het diep genoeg is.

    Terwijl je ondersteboven hangt, steek je de handen zo hoog mogelijk boven water naast de boot. Sla een aantal malen op de kajak om de aandacht te trekken en beweeg ze van voor naar achter parallel aan de kajak. Hou ruimte tussen hand en boot, zodat je hand niet meteen geplet wordt wanneer de redder er per ongeluk tegenaan vaart. 
    Op het moment dat je steun voelt (punt van een kano of paddelsteel) kan je je daaraan optrekken.
    Er bestaan twee mogelijke uitvoeringen eskimo-reddingstechnieken:
    2.1.4.1 Eskimo boegredding (puntjesredding):
    Bij deze methode nadert de redder de omgeslagen kajak van opzij, dus haaks erop. Hij manoeuvreert zijn kajak zodanig dat de voorpunt gepakt kan worden door één van de bewegende handen van de drenkeling. Zodra deze voelt dat hij "beet" heeft, pakt hij de voorpunt zodanig vast dat hij zich gemakkelijk kan optrekken, al dan niet met behulp van een heupslag.

    Eskimo-boegredding

    2.1.4.2 Eskimo paddelredding of parallelredding:
    Hierbij nadert de redder de omgeslagen kano van voren of van achteren, dus parallel eraan. Deze methode werkt hetzelfde als de boegredding, alleen is het vaste steunpunt nu de paddel die als een brug over beide kajaks ligt.
    De redder manoeuvreert zijn kajak zo dicht mogelijk naast de kajak van de drenkeling, pakt diens hand, legt zijn eigen paddel over zowel de eigen als de omgeslagen kajak en "hangt" de hand van de drenkeling aan de paddelsteel. De redder zorgt ervoor dat de paddel in deze positie blijft liggen. De drenkeling kan zich nu met behulp van dit steunpunt weer optrekken.

    Eskimo-paddelredding

    TOP

    2.2 Geassisteerde reddingmethoden:

    Bij onderstaande reddingen volgt de drenkeling de aanwijzingen van de redder(s) op. In principe doet de redder het werk en hoef je als drenkeling maar te wachten tot "het over is" (boot ligt terug leeg klaar), en je weer kan instappen.
    2.2.1. X-redding:
    De X-redding kan door één redder worden uitgevoerd. Als de redder de omgeslagen kajak bij de punt vastpakt, gaat de drenkeling aan de voorpunt van de boot van de redder en blijft daar wachten, tenzij hij gevraagd wordt op te helpen. De volgende stappen worden afgewerkt:
    - De redder tilt de voorpunt van de omgeslagen kajak uit het water en trekt de boot in omgekeerde positie over zijn kajak heen, tot de kuipopening over zijn spatzeil ligt. Bij zeekajaks met veel uitrusting op het voordek is het verstandig om de omgeslagen kajak met de onderkant over de boot te trekken; door de ronde boeg en bodem glijdt de kajak gemakkelijker om daarna de kajak te draaien.
X-redding
De boot "melken"

- Wip de omgekeerde kajak een paar keer op en neer om het water eruit te laten lopen en keer hem weer om. De drenkeling kan assisteren bij het leegmaken van de boot. Als er andere vaarders aanwezig zijn kunnen deze in de plaats van de drenkeling komen helpen.
- Schuif vervolgens de lege kajak weer in het water

- Leg de boot parallel aan de boot van de redder op het water. Gebruik de paddel van de drenkeling om een stabiele brugverbinding te maken en laat de drenkeling vervolgens weer instappen.
- Het resterende water kan dan door middel van een voetpompje of een spons worden verwijderd.


Terug in de boot glijden


2.2.2. H-redding:
Voor de H-redding zijn twee redders noodzakelijk. Beide redders brengen hun kano op een bootbreedte naast elkaar, pakken de paddel van de drenkeling en leggen de (drie) paddels dwars over de kajaks. Beiden pakken de voorpunt van de omgeslagen boot en tillen hem zo hoog uit het water dat de kuip op de paddelsteun komt te rusten (de boot niet over de paddels trekken). Nu kan de boot heen en weer gekieperd worden totdat het water eruit is. De leeggemaakte kajak weer omkeren en tussen de beide boten van de redders schuiven. 
Terwijl de redders het vlot stabiel houden kan de drenkeling er vanaf de achterkant inschuiven.

H-redding De drenkeling kan hier helpen door te zorgen dat de boten van de redders niet van elkaar af of naar elkaar toe drijven; bovendien kan hij mee zijn kajak op en neer bewegen om zo het water eruit te laten lopen.Deze methode is alleen zinvol als er weinig water in de omgeslagen kajak is gekomen, anders is de kans op schade aan de paddels zeer groot. Bij toenemende golfbeweging wordt de kans da t de boten tegen elkaar slaan steeds groter en wordt deze methode minder bruikbaar en uitvoerbaar.

2.2.3. De dobber:
De dobber dankt zijn naam aan het feit dat een gekenterde kajak, die geen of weinig drijfvermogen heeft, meestal enkel nog maar met een puntje boven het water uitsteekt.

De dobber Wanneer de redder ter plaatse komt gaat de drenkeling mee helpen om de boot in een horizontale positie te krijgen met het mangat naar boven toe. De redder brengt de zijn kajak langszij, houdt de volle kajak tegen, terwijl de drenkeling aan de ander kant van de boot van de redder gaat hangen. De drenkeling reikt nu over de kajak van de redder, haakt zijn handen onder de verste kuiprand van zijn eigen boot en steunt met zijn ellebogen op het bovendek van de redder. In deze houding kantelt hij zijn boot naar de boot van de redder toe zodat het water eruit begint te lopen. De redder kan helpen door zijn eigen kajak ook te kantelen, richting drenkeling.
Op deze wijze loopt het meeste water uit de kajak en kan het werk met een normale X-redding afgemaakt worden.
Voor deze methode is geen grote kracht nodig; zolang de omgeslagen kajak maar horizontaal blijft, loopt het water eruit terwijl de redder de mate van kantelen bepaalt.

2.2.4. Totale redding (All-in-rescue"):

Totale redding Bij een totale redding zijn alle vaarders in het water terechtgekomen. Om weer in de boten te komen wordt de stevigste kajak, of boot met het meeste drijfvermogen, als centraal punt gebruikt. Een aantal zwemmende vaarders houdt deze boot vast. De eerste te legen kajak wordt in de positie als bij een X-redding gemanoeuvreerd, over de centrale kajak getrokken en geleegd. Vervolgens wordt de lege kajak langszij gebracht en de vaarder klimt er in met behulp van een paddel die als brug over de beide kajaks ligt. Aansluitend wordt de centrale kajak met een redding geleegd en de andere boten kunnen dan met een methode naar keuze geleegd worden.

TOP

  1. Diverse instapmethoden:
    Bij het instappen houdt de reder de geleegde kajak stabiel zodat de drenkeling er weer in kan klimmen. De redder kan beide kajaks extra stabiliseren door de paddels over de boten te leggen, door deze onder zijn arm te klemmen, en zo de kuiprand van de geleegde kajak vast houden. Voor de volgende twee technieken is er dezelfde beginpositie:

    3.1. Tussen twee kajaks:
    De drenkeling gaat op zijn rug in recht water liggen, steunt met zijn handen op de boot van de redder e zijn eigen boot en steekt in deze houding zijn voeten in zijn kuip. In deze houding schuift hij zo ver naar voren tot hij niet verder kan en gaat dan rechtop zitten, om zo het laatste stuk naar binnen te schuiven.

    3.2. Vanaf de zijkant:
    De drenkeling pakt met de ene hand een paddelblad en met de andere hand de kuiprand of de kuiprand met beide handen vast en drukt zich omhoog uit het water (de redder kan hierbij helpen door hem aan zijn zwemvest omhoog te trekken), zet één knie op zijn kajak, steekt zijn andere been inde kuip, trekt het andere been bij en gaat zitten.

    3.3. Schepmethode:
    Niet iedereen heeft voldoende kracht om op één van boven genoemde manieren in de kajak te klimmen. Ook door koude, ziekte of verwonding kunnen de krachten afnemen en moet je op een andere manier in je boot komen. De "schepmethode" biedt dan een eenvoudige en effectieve manier om iemand weer in zijn boot te krijgen. Er is geen speciale uitrusting voor nodig, alleen heeft de kajak voldoende drijfvermogen en een pomp nodig.:
    De redder komt naast de kajak van de drenkeling liggen met zijn voorpunt in tegenovergestelde richting. De drenkeling gaat op zijn rug liggen met zijn voeten naar de voorpunt van zijn kajak toe en de redder draait deze zijn boot op z'n kant met de kuipopening naar de drenkeling toe. Als het water de kuip inloopt, leidt de redder de benen van de drenkeling in de kuip. De drenkeling "drijft" dus zijn boot in tot zijn achterwerk bij de achterrand van de kuip is. Terwijl de drenkeling de voorrand van de kuip vasthoudt, drukt de redder langzaam de hoogste kant van de kajak naar beneden. Hierdoor wordt de drenkeling in zijn zitje "geschept". Eens rechtop moet de boot worden leeggepompt.

    Het voordeel is dat deze techniek weinig hulp vraagt van de persoon in het water, het nadeel is dat de kuip vol water moet lopen en dan weer moet worden leeggepompt.
    TOP
  2. Slepen:
    Op groot water kan je onder bepaalde omstandigheden een sleeplijn nodig hebben. Bijvoorbeeld wanneer iemand in moeilijkheden is geraakt; steeds omslaat, geen koers kan houden, zeeziek is, of de snelheid van de groep te veel drukt.
    Zelfs een niet-kajakker kun je op groot water en zee in veiligheid brengen: bijvoorbeeld een onderkoelde drenkeling kan direct in een reddingszak (of thermische deken) gestopt worden, op een vlot gelegd en naar de kant gesleept worden.
    In een reddingssituatie kan de sleeplijn ook uitstekend van pas komen: wanneer de redder en slachtoffer te dicht bij de branding of een ander obstakel dreigen te komen, kan iemand een sleeplijn aan de kajak van de redder vastmaken en hem zo in de wind en golven houden en eventueel wegslepen naar rustiger vaarwater.

    Slepen kan op een aantal manieren worden uitgevoerd:
    Standaard slepen
    Geassisteerde sleep
    Tandem sleep
    Waaier sleep

    4.1. Standaard sleep:
    Dit is de basis uitvoering van een sleep: de ene kajakker neemt de andere op sleeptouw. Deze methode is bruikbaar als iemand geen koers kan houden of niet meer mee kan komen.

    4.2. Geassisteerde sleep:
    Als iemand niet meer zelfstandig kan varen, zal hij moeten worden ondersteund. Hiertoe wordt hij door een of twee vaarders ondersteund en vastgehouden waardoor een stabiel vlot ontstaat.
    Van dit te slepen vlot worden de punten aan elkaar bevestigd en wordt vanuit het midden gesleept.

    4.3. Tandem sleep:
    Om bij bovengenoemde situatie de taak van de sleper wat te verlichten, kunnen meerder "sleepboten" achter elkaar worden gekoppeld, zodat de éne sleper de andere sleper sleept.

    4.4. Waaier sleep:
    In plaats van achter elkaar, kun je ook met meerdere vaarders naast elkaar slepen. Hierbij trekt de middelste het centrum van het samengebonden vlot en de buitenste slepers trekken de respectievelijke buitenste kajaks. Deze manier van slepen, is geschikt om een vlot met meerdere boten in bedwang te houden.
    TOP
  3. De sleeplijn:
    De sleeplijn dient om een kajakker te kunnen slepen. Wanneer gebruik je de sleeplijn?
    Bijvoorbeeld wanneer iemand niet op eigen kracht uit een gevaarlijke situatie kan komen, de groep zodanig ophoudt dat daardoor problemen voor de groep kunnen ontstaan, bij ziekte of bij blessures.

    5.1. Lange lijn:
    Voor de sleeplijn kan drijvende polipropyleen lijn van 4-6 mm worden genomen, ca. 1,5 tot 2 maal de lengte van de boot en voorzien van een stuk "shockkoord", een karabijnhaak en een drijfelement om de haak aan de oppervlakte te houden. Het is handig om het geheel op te bergen in een draagtasje dat binnen handbereik is. De "shockkoord" heeft de functie om het schokken of "snokken" tijdens het slepen op te vangen en zo je rug een beetje te sparen.
    Het drijfelement zorgt er voor dat de karabijnhaak niet gaat zinken wanneer de boot wordt losgekoppeld.

    De sleeplijn kan zowel aan de boot van de sleper als aan het zwemvest van de sleper worden vastgemaakt. Zorg er in ieder geval voor dat je in geval van nood steeds de sleeplijn kan loskoppelen. Bij het wildwatervaren staat de sleeplijn ook gekend als cow-tail.

    De sleeplijn moet snel vast- en losgemaakt kunnen worden, zowel van de te slepen kajak als van de eigen kajak. Gebruik daarom een karabijnhaak of musketonhaak om de andere boot vast te maken. Wanneer we de sleeplijn vastmaken aan het zwemvest van de sleper dan zal dit gebeuren aan het veiligheidsharnas, dat steeds kan losgegooid worden. Het bevestigingspunt aan de boot van de sleper moet tevens voorzien zijn van een snelkoppeling. Bij voorkeur zal dit bevestigingspunt op de kajak direct schuin achter het zitje gemaakt worden, binnen handbereik.

    5.2. Kort lijntje:
    Een kort lijntje van maximaal 1 meter, met in het midden een oog is even nuttig als een lange lijn. In een aantal gevallen is het praktischer: snel even vastmaken aan een wegdrijvende kajak en de boot wegslepen.
    Wanneer je een lege kajak op sleeptouw moet nemen, kun je het lijntje aan de voorkant vanonder af aan eventueel aanwezige deklijnen vastmaken, waardoor het oog aan de onderkant komt te zitten. Door aan dit oog de lange sleeplijn vast te maken, blijft de gesleepte kajak altijd rechtop drijven en beter op koers. Het is goed om de twee soorten van sleeplijnen bij te hebben, vooral bij tochten met zeekajaks.
    TOP
  4. Duwen:
    Wanneer je door omstandigheden je sleeplijn niet kunt gebruiken bestaat er ook nog de mogelijkheid om een medevaarder te ondersteunen en toch vooruit te komen. Hiertoe breng je de voorpunt ter hoogte van zijn middel, waarbij hij de aangeboden punt onder zijn arm klemt, op jouw voorpunt steunt en zorgt dat zijn kajak op koers blijft. Deze methode kun je ook gebruiken als aanvulling op een gecombineerde sleep: je kunt zo de taak van de slepers verlichten door het vlot te duwen.
    TOP
  5. Redden van een zwemmer:
    De zeevaarder, met zijn snelheid en vaardigheid door de branding, biedt een snelle reddingsmethode aan iemand in moeilijkheden. Dit hoeven geen kanovaarders te zijn, en hun fysieke toestand kan variëren van gewoon vermoeid tot bewusteloos.

    7.1. Vervoer op het achterdek:
    Als de drenkeling meewerkt en niet helemaal van de kaart is door angst, vervoer hem dan op het achterdek. Dit is mogelijk de beste manier om iemand relatief snel te vervoeren. De drenkeling moet zijn lichaam laag op het dek houden, zodat de balans van de kajak niet beïnvloed wordt. Om meer stabiliteit te hebben kan de drenkeling zijn benen langs beide zijden van de boot in het water laten hangen. Deze techniek kan tevens op stromend water toegepast worden om een vaarder te bergen of deze naar de andere oever te vervoeren. Dit transport is tevens een leuke spelvorm bij warm weer. De drenkeling moet duidelijk gemaakt worden dat hij stevig dient vast te houden en dat hij in geval van kentering de boot moet loslaten.

    Vervoer van drenkeling op achterdek

    7.2. Vervoer aan de punt:
    Deze methode is ideaal voor iemand die moe en nerveus is omdat je hem in deze positie in de gaten kan houden en hem moed in kan spreken tijdens het vervoer.
    De drenkeling gaat onder aan de voorpunt hangen en moet met zijn armen en benen de voorpunt omklemmen. Zorg er altijd voor dat de boeg van de kajak op een schouder van de drenkeling rust, zodat zijn tanden niet als schokbrekers worden gebruikt!

    Vervoer van drenkeling aan de punt
    TOP
  6. BELANGRIJK: Besluit
    Vergeet nooit dat paniekerige drenkelingen met de nodige voorzichtigheid dienen benaderd te worden. Door hun wilde grijpbewegingen kunnen zij zodanig aan de boot van de redder trekken dat deze ook kan kenteren. Gebruik daarom indien nodig je paddel om je eigen veiligheid te waarborgen. Praat op de drenkeling in en probeer deze te kalmeren. Zorg er steeds voor dat jij de situatie gaat controleren.

    Succesfactoren:

    Het succes van de hier beschreven reddingsmethoden hangt af van tal van factoren:
    De leeftijd en de fysieke conditie van de betrokkenen, zowel van de redders  als van de drenkelingen.
    Het vaardigheidsniveau van de cursisten of van je metgezellen en hun algemene mentaliteit.
    Het type zwemvest en de gedragen kleding.
    De afstand tussen de leden van de groep en het moment van omslaan.
    De toestand van het wateroppervlak en de watertemperatuur.
    De afstand tot de oever.
    De aanwezigheid van rotsen of obstakels.
    Het gewicht van de uitrusting in de omgeslagen kajak (drijfvermogen, pomp, grijplijnen, ...).
    De aanwezigheid van wateroppervlakgebruikers.
    De hoeveelheid drijfvermogen in de kajaks.
    De persoonlijke kwaliteiten en ervaring van de leider.

Omslaan kan aanstekelijk werken, waardoor andere zwempartijen volgen. Vaak moet je de aandacht tussen meerdere calamiteiten verdelen. De snelheid en efficiëntie waarmee een redding wordt uitgevoerd is ontzettend belangrijk.
Het zal vaak nodig blijken dat een combinatie van reddingstechnieken moet gebruikt worden om een moeilijke reddingssituatie op te lossen.
De sleutel tot succes is veel oefenen tegen de klok, in controleerbare, woelige omstandigheden, zelfs als dit betekent dat het kunstmatig in een zwembad moet gebeuren. Heb daarom de discipline om reddingssituaties te oefenen.
"Iedere oefening is beter dan geen oefening!".

Uit: Vlaamse Trainersschool - Cursus Initiator Kajak / Jeugdbegeleider

TOP

Terug