De eerste peddelslagen
Beginners die voor het eerst een peddel in de handen krijgen vragen, zich
vooral af hoe je zo'n 'stok' moet vasthouden.
Ze krijgen vele antwoorden op die vraag maar het enige wat ze meestal goed
hebben onthouden is dat ze de peddel verticaal moeten vasthouden.
Zonder aanvullende instructie kunnen ze dan vast een stukje varen; maar met
weinig rendement uit hun paddelslag en een flink risico op blessures. Ze lopen
risico om peesblessures te krijgen aan de pols, elleboog en schouder.
Rekening houdend met overbelasting van onze polsen in deze tijd is het des te
noodzakelijk om onze polsen te sparen en niet onnodig zwaar te belasten. Met een
goede vaartechniek zijn dergelijke problemen te voorkomen of in ieder geval te
minimaliseren.
Twee grote fouten bij het peddelen zorgen voor het ontwikkelen van pols,
elleboog en schouderblessures: het knijpen of te krampachtig vasthouden van de
paddelsteel en te veel peddelen met de armen in plaats van de romp.
Als je te hard knijpt in de peddel forceer je de pols en ontstaat een geknikte
pols. Met geknikte pols wordt de peddel naar voren gedrukt waarna de peddel in
het water wordt gezet. Het te sterk knijpen zorgt voor meer spanning in het
polsgewricht en bij het naar voren steken van je peddel buigt je pols ook nog enigszins
naar buiten.
Bovendien kan het knijpen van de vingers om de peddelsteel ook nog leiden tot
peesletsel aan de elleboog. Natuurlijk, vaarders die op wildwater varen houden
ook vaak hun peddels stevig vast maar dat gebeurt dan voor korte periodes.
Maar als dat knijpen tijdens een lange dagtocht gebeurt, zorgt dat voor veel
overbelasting voor het pols- en ellebooggewricht.
Alle langdurige en repeterende bewegingen zorgen voor overbelasting en dus
problemen.
Peddelen met een te groot blad kan ook tot overbelasting leiden van de
schouders, ook al wordt er gevaren met de goede techniek.
Duw-trekbeweging zonder te knijpen
Eerst eens kijken naar de wijze waarop je de peddel vastpakt.
Kijk eens naar je pols als je de peddel met gestrekte arme, en beide handen
vasthoudt. Je zult dan opmerken dat je beide handen iets naar binnen gericht
zijn. Terwijl je de peddel op die manier vast blijft houden verplaats je de
peddel alsof je wilt gaan insteken voor een voorwaartse peddelslag. Je zult dan
zien dat je pols sterker is gebogen!
Houd vervolgens je peddel vast tussen duim en wijsvinger en strek de rest van je
vingers: maak een open hand en je zult ontdekken dat je pols recht blijft. Dan
druk je de peddel voorwaarts en draai ook de romp mee. Terwijl het bovenste blad
naar voren gaat hou je de steel vast tussen duim en wijsvinger en ontspan de
rest van je vingers: dan blijft je pols recht! Zo blijven je polsen recht en
raken niet overbelast.
Misschien vraag je jezelf hoe je de peddel naar je toe kan trekken met een
geopende hand?
Dit kun je doen door niet je peddel naar je toe te trekken maar met je romp te
draaien; maar met behulp van de sterke rugspieren en de duw-trek beweging, de
peddelslagen te maken. De combinatie van het draaien van je romp met de
duw-trekslagen is een zeer efficiënte manier voor het verplaatsen van krachten.
Als je onvoldoende deze draaibeweging met de romp maakt, peddel je alleen met je
bovenarmspieren!
Draaien met je romp
Ga rechtop zitten en houd je peddel voor je. Leg hem vervolgens tegen de
borst in de knik van je arm. Draai je bovenlichaam zo ver mogelijk naar rechts
en daarna naar links. Je ziet dan dat de peddel altijd evenwijdig ligt met je
bovenlichaam!
Neem nu de peddel in je handen en strek je armen zo ver je kan; dan draai je
weer zo ver mogelijk naar rechts en naar links zonder de armen te buigen.
Peddel nu een stuk met aandacht voor de details en niet voor krachtige slagen.
Krachtig en zonder pijn varen bereik je alleen met een goede vaartechniek en
niet met spierkracht!!
(bron: Canoe & kayak, juli 2003)
Top
Terug