Omhoog
Aanbiedingen
Accomodaties
Activiteiten
Alg. informatie
Ardennen per kajak
Bestuursmedelingen
Boottypes
Caravan en tent tips
Clubblad "Rob Roy"
Clublokaal
Filmpjes
Fotoalbum
Geschiedenis
Jongerenhoek
Kalender
Klassement
Lid worden
Nevenactiviteiten
Onze adverteerders
Overzicht clubs
Tochtverslagen
Toogdienst
Vaarregels
Verwante sites

Geschiedenis kajak

Illustratie bij de geschiedenis van de kajak
De oorsprong van de kajak vinden we in Groenland en Noord Labrador.
De kajak werd door de Eskimo's gebruikt om te jagen en om zich te verplaatsen. Het was een tamelijk snelle boot die laag op het water lag. Hij had een lange naar boven oplopende boegpunt in hoorn. De lengte varieerde tussen de 5 en de 6 meter en de breedte schommelde rond de 60 centimeter. Door zijn vorm was hij zeer geschikt om op de zeegolven te rijden.
Het geraamte bestond uit visbeenderen en stukken aangespoeld drijfhout. De bekleding bestond uit zeehondenvellen waarvan de naden aan de bovenzijde werden bij elkaar genaaid. Het geheel werd goed ingevet om beter waterbestendig te zijn. Een kajak van deze afmetingen was enkel geschikt om te jagen, maar niet om de buit mee te vervoeren. Daarom bouwden zij een bredere en stabielere boot die zij de Umjak noemden, wat zoveel als "vrouwenboot" zou betekenen. Deze Umjak was zo ruim dat men er het hele gezin met hebben en houden in kon vervoeren.

De paddels die zij gebruikten waren gemaakt uit een stuk hout waarvan de middenschacht 60 à 70 cm lang was. Aan iedere zijde van deze schacht was een afgeplatte brede strook die dienst deed als paddelblad. De totale lengte van de paddel varieerde tussen 1,70  en 1,80 meter, daar waar de huidige paddels merkelijk langer zijn (2,00 tot 2,25 meter)

De kajak bereikte Europa via de Amerikanen, de Engelsen en de Zweden. Later werd de kajak door bijna alle landen overgenomen.
Van de Eskimo's werd eveneens het eskimoteren of kajakrollen overgenomen.
Bij het omslaan verkeerden de Eskimo's in levensgevaar want zij hadden wegens de koude van het water nooit leren zwemmen, bovendien waren zij zeer zwaar gekleed.
De Eskimo's verstonden echter de kunst om met de paddelbladen, of met de handen steun op het water te zoeken om zich dan in combinatie met een lendenslag terug op te richten.

Het is de diepste wens van iedere kajakker om deze techniek te beheersen. Het aanleren van het eskimoteren past niet in het kader van deze cursus. Wil men deze techniek onder de knie krijgen is het van het grootste belang dat je vaak komt oefenen in het zwembad onder leiding van één van de instructeurs. Het beheersen van de kajakrol geeft je een veilig gevoel bij het varen in slecht weer en op open wateren.
Trouwens, niets is zo goed voor het moraal dan op een opendeurdag je kunsten te demonstreren en voor het publiek "rond te draaien"

 

Illustratie bij de geschiedenis van de kano

Geschiedkundigen zijn het erover eens dat de kano oorspronkelijk door de Caraïbenstammen ontworpen werd. Toch bestaat er een gelijkenis met kano's die de Egyptenaren voor de tijdsrekening van de eerste farao's in gebruik hadden en waarvoor zij zelfs verzilverde pagaaien gebruikten. Toch zijn het de gekende indiaanse kano's die als de onvervalste boten bedoeld worden. Het gebied waar zij het eerst in gebruik waren op het ogenblik van de ontdekking van Amerika waren Guyana, Venezuela en het noordelijke gedeelte van Brazilië.

 

De Kano was het gemakkelijkste en goedkoopste vervoermiddel van de stammen. De indianen verstonden de kunst om een kano in minder dan 4 uren tijd te maken. Het geraamte bestond uit een veerkrachtige middengraadbalk, waaraan 4 tot 5 dwarsspanten vastgesjord werden. 

Langs de buitenkant werden dan meestal schorsen van berkenbomen vastgehecht d.m.v. boomharsen. Het geheel werd dan enkele uren onder water gezet om dicht te zwellen. Ook werden er drie middenliggers in de breedte en aan de bovenzijde van de kano vastgebonden, zodat de kano stevig genoeg was om een grote last te kunnen dragen zonder dat hij zou dichtklappen of openbarsten.
Een op die wijze gemaakte kano kon doorgaans een paar dagen volhouden en zelfs tamelijk woelig water trotseren. Een kano herstellen gebeurde nooit want het was veel gemakkelijker er een nieuwe te bouwen en het materiaal was voldoende voorradig.

 

Meer naar het noorden gebruikten de stammen de monoxyle kano.
Deze was niet meer dan een uitgehouwen, of uitgebrande boomstam.
Het geheel was eerder lomp en onhandelbaar maar wel veel sterker. De monoxyle kano kon een heel seizoen meegaan en gebruikt worden.

Met de komst van de blanken veroverde de kano heel Amerika, zodat de boot tot in het hogere Canada doordrong en waar de berkenbast vervangen werd door lichte huiden en heel wat langer gebruikt kon worden. De oorspronkelijke kano is een symmetrisch gebouwde boot. Hij heeft hoog oplopende voor- en achtersteven die beletten dat het water binnen zou stromen tijdens het bevaren van stroomversnellingen. Heel het middenschip was open en bood plaats voor heel wat personen of vracht.
De afmetingen varieerden van 5 tot 6 meter en in sommige gevallen nog meer, terwijl de breedte meestal beperkt bleef van 1 tot 1,10 eter.

De vaarder bediende zich van een pagaai (steekpaddel) en bewoog deze steeds langs dezelfde zijde van de kano. Ofwel altijd links ofwel altijd rechts.
De dubbele kniezit is de oudst gekende indianenzit, doch werd door de kolonisten niet overgenomen. De kolonisten verkozen gewoon in de kano te zitten, maar zij moesten ervaren dat daardoor de stabiliteit heel wat moest inboeten. Vandaar dan ook dat naderhand de enkel kniezit werd toegepast. De kolonisten namen dus plaats op één enkele knie en hielden het andere been in een hoek van 90° geplooid voor zich. Op die manier kon de pagaai verder naar voren ingezet worden en krachtiger en langer doorgehaald worden.

De kano werd merkwaardig genoeg ook opgemerkt bij bepaalde Eskimostammen die zich op de walvisvangst toelegden. Deze kano was echter veel groter van omvang en werd dan ook door vier tot zes man bediend. doordat deze boten stabieler en zwaarder waren, namen deze Eskimo's de gewone zithouding aan. De kano's die door de Eskimo's gemaakt werden, waren geheel van hout en vertoonden grote verschillen met de indiaanse kano's wat betreft afmeting en vorm. Zij hadden hoog oplopende voor- en achterstevens.

Op het einde van de jaren 1800 werd een eerste kanoclub opgericht in Zuid-Amerika. De Engelsen brachten deze sporttak over naar hun moederland waar rond de eeuwwisseling de eerste clubs gesticht werden. Na de kano volgde spoedig de invoering van de kajak die zeer populair werd in Engeland. Ander landen hielden het bij de kanosport en bouwden dit uit tot een nationale sporttak.

Top

Terug