Omhoog
Aanbiedingen
Accomodaties
Activiteiten
Alg. informatie
Ardennen per kajak
Bestuursmedelingen
Boottypes
Caravan en tent tips
Clubblad "Rob Roy"
Clublokaal
Filmpjes
Fotoalbum
Geschiedenis
Jongerenhoek
Kalender
Klassement
Lid worden
Nevenactiviteiten
Onze adverteerders
Overzicht clubs
Tochtverslagen
Toogdienst
Vaarregels
Verwante sites

In- en uitstappen 
De techniek van het in- en uitstappen

De techniek van het instappen en uitstappen is afhankelijk van drie factoren

De lichaamsbouw
De grootte van de kuipopening
De aard van de oever

De vaarder dient alle mogelijke vormen van instaptechnieken te beheersen.
Voor alle technieken is het van belang het zwaartepunt zo laag mogelijk te houden. Onervaren vaarders doen er verstandig aan om in het begin een plek uit te zoeken waar de oever ongeveer even hoog is als het dek van de kajak.

De boot gelijk met de oever - grote kuip - normale lichaamsbouw

Het instappen

De buitenste hand (kant v.h. water) grijpt de voorste kuiprand en de paddelschacht met de duim naar binnen en de vingers naar buiten.
Het gewicht van het lichaam en de binnenste hand steunt op de oever.
De buitenste voet wordt juist naast het midden (kant v.h. water) en juist voor de zit geplaatst.
Gelijktijdig wordt het gewicht overgebracht naar deze voet en wordt de binnenste voet naast de andere in de boot geplaatst.
Het zitvlak wordt snel maar niet bruusk op de zit gebracht.
De benen worden uitgestrekt tot tegen de voetsteun.
De binnenste hand (kant v.h. water) neemt de paddel vast en met de andere hand duwt men de boot van de oever weg.
Nooit met de paddel afduwen!!!

Het uitstappen

De paddel wordt op de oever of op de oever en de kuiprand gelegd.
De hand aan de kant van de oever wordt de steunhand. De hand aan de kant van het water grijpt de kuiprand met de duim naar binnen en de vingers naar buiten.
De beide voeten worden opgetrokken tot voor de zit en het lichaam wordt opgetrokken aan de kuiprand tot in hurkzit.Het gewicht van het lichaam rust op de buitenste voet.
De binnenste voet wordt snel op de oever geplaatst met tegelijkertijd het overbrengen van het lichaamsgewicht op deze voet. Het tweede been wordt nu op de oever geplaatst.
De boot dient onmiddellijk uit het water gehaald, omdat er anders een goede kans is dat deze gaat afdrijven.

De boot gelijk met de oever - 
kleine kuip of zware lichaamsbouw

In deze omstandigheden kan men niet op de normale manier instappen.
Men kan niet tot beenstrekking komen want je benen blijven klem zitten aan de kuiprand.
Om in die omstandigheden te kunnen instappen zullen we moeten gebruikmaken van de paddelbrug achter. 

Het instappen met de paddelbrug achter

We leggen de paddel juist achter de achterste kuiprand met de holle kant van het paddelblad naar boven op de oever (om schade aan de paddel te voorkomen). Het andere paddelblad haakt juist naast de bootkant aan de waterzijde.

Kom nu tot hurkzit voor de paddel.
De hand aan de kant van het water grijpt de paddel en de kuiprand met de vingers naar binnen en de duim naar buiten.
De hand aan de kant van de oever wordt vlak naast het lichaam op de paddelschacht geplaatst en dit met gestrekte vingers.
Het lichaamsgewicht wordt nu overgebracht op de paddel.
Het been aan de waterkant wordt gedeeltelijk in de kuip gestoken, daarna volgt het tweede been. Vanuit zit op de achterste kuiprand worden nu beide benen naar voren geschoven en komt men tot zit in de boot.
Door het lichaamsgewicht op de paddel te brengen wordt de boot tegen de kade gedrukt en komt men tot een stabiele instapmethode.

Het uitstappen met de paddelbrug achter.

Het uitstappen doet men in omgekeerde volgorde van het instappen.

De boot lager dan de oever - normale kuip - normale lichaamsbouw


Zo niet dus !!!

De zithouding en het regelen van de voetsteun

De vaarder dient juist in het midden van de zit te zitten om koersafwijkingen te voorkomen.

 


De benen moeten licht opgetrokken worden zoals een kikker dat doet bij het zwemmen.
De knieŽn hebben contact met de bil- of kniesteun.
De voeten steunen tegen de voetsteun met de hielen op de bodem en de tenen of de bal van de voet tegen de voetsteun.
Voor lange tochten is het prettig als je je benen licht op en neer kunt bewegen.
Op wildwater daarentegen is het gunstiger zo vast mogelijk in de kajak te zitten, maar dan wel zonder echt klem te zitten.
Bij het afleggen van lange afstanden is de juiste plaatsing van de voetsteun noodzakelijk.
Krampen in de benen of een slapend gevoel wijzen op een slechte plaatsing van de voetsteun.

De vaarhouding:

Tijdens het varen zit de vaarder met zijn romp gestrekt (verticaal) ofwel lichtjes naar voor gebogen.
Zorg ervoor dat je niet tegen de achterste kuiprand gaat leunen tijdens het paddelen, dit resulteert gegarandeerd in een doktersbezoek voor een "versleten" rug.
Waardeloze zithouding
 

Top

Terug