De techniek van het in- en uitstappen
De techniek van het instappen en uitstappen is afhankelijk van drie factoren
 | De lichaamsbouw |
 | De grootte van de kuipopening |
 | De aard van de oever |
De vaarder dient alle mogelijke vormen van instaptechnieken te beheersen.
Voor alle technieken is het van belang het zwaartepunt zo laag mogelijk te
houden. Onervaren vaarders doen er verstandig aan om in het begin een plek uit
te zoeken waar de oever ongeveer even hoog is als het dek van de kajak.

|
De boot gelijk met de oever - grote kuip -
normale lichaamsbouw
Het instappen
De buitenste hand (kant v.h. water) grijpt de voorste kuiprand en de
paddelschacht met de duim naar binnen en de vingers naar buiten.
Het gewicht van het lichaam en de binnenste hand steunt op de oever.
De buitenste voet wordt juist naast het midden (kant v.h. water) en juist voor
de zit geplaatst.
Gelijktijdig wordt het gewicht overgebracht naar deze voet en wordt de binnenste
voet naast de andere in de boot geplaatst.
Het zitvlak wordt snel maar niet bruusk op de zit gebracht.
De benen worden uitgestrekt tot tegen de voetsteun.
De binnenste hand (kant v.h. water) neemt de paddel vast en met de andere hand
duwt men de boot van de oever weg.
Nooit met de paddel afduwen!!!
Het uitstappen
De paddel wordt op de oever of op de oever en de kuiprand gelegd.
De hand aan de kant van de oever wordt de steunhand. De hand aan de kant van het
water grijpt de kuiprand met de duim naar binnen en de vingers naar buiten.
De beide voeten worden opgetrokken tot voor de zit en het lichaam wordt
opgetrokken aan de kuiprand tot in hurkzit.Het gewicht van het lichaam rust op
de buitenste voet.
De binnenste voet wordt snel op de oever geplaatst met tegelijkertijd het
overbrengen van het lichaamsgewicht op deze voet. Het tweede been wordt nu op de
oever geplaatst.
De boot dient onmiddellijk uit het water gehaald, omdat er anders een goede kans
is dat deze gaat afdrijven.
De boot gelijk met de oever -
kleine kuip of zware lichaamsbouw
In deze omstandigheden kan men niet op de normale manier instappen.
Men kan niet tot beenstrekking komen want je benen blijven klem zitten aan de
kuiprand.
Om in die omstandigheden te kunnen instappen zullen we moeten gebruikmaken van
de paddelbrug
achter.
Het instappen met de paddelbrug achter
We leggen de paddel juist achter de achterste kuiprand met de holle kant van
het paddelblad naar boven op de oever (om schade aan de paddel te voorkomen).
Het andere paddelblad haakt juist naast de bootkant aan de waterzijde.
Kom nu tot hurkzit voor de paddel.
De hand aan de kant van het water grijpt de paddel en de kuiprand met de vingers
naar binnen en de duim naar buiten.
De hand aan de kant van de oever wordt vlak naast het lichaam op de
paddelschacht geplaatst en dit met gestrekte vingers.
Het lichaamsgewicht wordt nu overgebracht op de paddel.
Het been aan de waterkant wordt gedeeltelijk in de kuip gestoken, daarna volgt
het tweede been. Vanuit zit op de achterste kuiprand worden nu beide benen naar
voren geschoven en komt men tot zit in de boot.
Door het lichaamsgewicht op de paddel te brengen wordt de boot tegen de kade
gedrukt en komt men tot een stabiele instapmethode.
Het uitstappen met de paddelbrug achter.
Het uitstappen doet men in omgekeerde volgorde van het instappen.
De boot lager dan de oever - normale kuip -
normale lichaamsbouw

Zo niet dus !!!
De zithouding en het regelen van de voetsteun
De vaarder dient juist in het midden van de zit te zitten om koersafwijkingen
te voorkomen.
De benen moeten licht opgetrokken worden zoals een kikker dat doet bij het
zwemmen.
De knieën hebben contact met de bil- of kniesteun.
De voeten steunen tegen de voetsteun met de hielen op de bodem en de tenen of de
bal van de voet tegen de voetsteun.
Voor lange tochten is het prettig als je je benen licht op en neer kunt bewegen.
Op wildwater daarentegen is het gunstiger zo vast mogelijk in de kajak te
zitten, maar dan wel zonder echt klem te zitten.
Bij het afleggen van lange afstanden is de juiste plaatsing van de voetsteun
noodzakelijk.
Krampen in de benen of een slapend gevoel wijzen op een slechte plaatsing van de
voetsteun.
De vaarhouding:
Tijdens het varen zit de vaarder met zijn romp gestrekt (verticaal) ofwel
lichtjes naar voor gebogen.
Zorg ervoor dat je niet tegen de achterste kuiprand gaat leunen tijdens het
paddelen, dit resulteert gegarandeerd in een doktersbezoek voor een
"versleten" rug.
 |
Top
Terug
|