Omhoog
Aanbiedingen
Accomodaties
Activiteiten
Alg. informatie
Ardennen per kajak
Bestuursmededelingen
Boottypes
Caravan en tent tips
Clubblad "Rob Roy"
Clublokaal
Filmpjes
Fotoalbum
Geschiedenis
Gezond sporten !
Jongerenhoek
Kajakcursussen
Kalender
Klassement
Ledenhoek
Lid worden
Nevenactiviteiten
Onze adverteerders
Overzicht clubs
Tochtverslagen
Toogdienst
Vaarregels
Verwante sites

De kunst van het laden

Hoe krijg je al die koffers en (kampeer)gerief in de auto?
Overweeg wat je meeneemt en ga zorgvuldig te werk bij het laden.
We zetten tien laadtips op een rij:
1. Denk vooraf goed na over wat je echt nodig hebt op vakantie en wat je kan missen. Het maximumgewicht dat de auto kan dragen, is beperkt. Een gewone gezinswagen heeft een laadvermogen van ongeveer 500 kg. Bij een break kan dat oplopen tot 600 kg. Bij een grotere monovolume is 700 kg het absolute maximum. Om het juiste laadvermogen te kennen, lees je het instructieboekje, het gelijkvormigheidsattest of vraag je om raad aan je dealer. In het laadvermogen is ook het gewicht van de passagiers begrepen. 6. Leg zo weinig mogelijk handbagage of losliggende spullen in de passagiersruimte. Bij een ongeval of tijdens een paniekstop worden dat projectielen. Zo wordt een voorwerp bij een aanrijding tegen 50 km per uur met een kracht van 40 keer zijn gewicht weggeslingerd. Zorg zeker in een break voor een scheidingsnet tussen bagage- en de passagiersruimte.
2. De prestaties van volgeladen auto's zijn minder goed. Zware auto's verbruiken meer en stellen teleur door hun minder goede en stabiele wegligging. Bovendien wordt de motor extra belast. Dat kan voor oververhitting zorgen tijdens lange ritten. Sleur dus geen overtollig gewicht mee. Voeding koop je misschien beter onderweg of ter plaatse. 7. Als het echt niet anders kan, kun je een bagagedrager op het dak gebruiken. Volgens het type auto verschilt de daklast van 30 tot hoogstens 100 kg.
De juiste waarde vind je in het instructieboekje of op het gelijkvormigheidsattest.
3. Soepele reistassen nemen minder plaats in. Ze zijn makkelijker te schikken en bovendien handiger dan reiskoffers. 8. Dek de lading op het bagagerek goed af met een zeil, met de opening naar achter. Zo verhinder je dat het zeil loskomt door de luchtstroom tijdens het rijden. Gebruik geen plastic zeil. Dat scheurt snel. Controleer onderweg regelmatig of het zeil nog op zijn plaats zit.
4. Leg de zwaarste voorwerpen zo veel mogelijk onderaan en zo dicht mogelijk bij de wielen van de auto. Verdeel het gewicht tussen de linkse en rechtse kant. 9. Beter nog dan een zeil is een dakkoffer. Het is veiliger. Bovendien heft dit een minder negatieve invloed op de stroomlijn van de auto. Daardoor heb je minder last van windgeruis, lager prestaties en een hoog brandstofverbruik. Probeer in een dakkoffer lichte spullen te plaatsen. Zo vermijd je dat het zwaartepunt van de auto te hoog ligt. Een dakkoffer kan je ook afsluiten.
5. Gooi niet te veel losse voorwerpen in de koffer, maar stop ze in grote reistassen. Zo heb je minder werk om alles uit de koffer te halen (mocht je lek rijden) of als je onderweg overnacht. 10 Fietsen buiten de auto monteren, doe je enkel met beproefde speciale dragers die op het dak of op de trekhaak worden geplaatst. Kies je voor het dak, dan moet je rekening houden met de hoogte (parkeergarage!). Monteer je fietsen achterop de wagen, dan wordt het soms onmogelijk om nog de kofferklep te openen. Houd er rekening mee dat je met een bagagedrager op bumperhoogte maar liefst 10% tot 20% minder brandstof verbruikt dan met een bagagerek op het dak.

Terug