Onze
"Rob-Roy"
vond een eerste ligplaats vooraan in
de kom
en
verhuisde
nadien naar de
plaats
waar nu
de
Frans
ligt.
Op
de huidige
ligplaats lagen
toen
twee
woonbootjes.
Toen zij later
werden
verkocht -
het
ene vond een plaats in
Parijs,
de
bestemming
van
het
andere
is
onbekend
- schoof ons clublokaal nogmaals op
en kreeg
het zijn definitieve stek.
Het
volgende jaar werd er niet veel gevaren, want alle vrije tijd werd gebruikt aan
het ombouwen van het clublokaal. Eerst werd de zijdeur, waarlangs iedereen
binnenkwam, uitgeslepen en dan de ramen. Nadat alles thuis in de garage was
geprefabriceerd, werden de deur en de ramen ter plaatse ingelast. Hierbij
sukkelde de laspost wel eens in het water, maar hij overleefde het. Vervolgens
werd de machinekamer uitgebroken en werden in het vooronder de douches, de
toiletten en de kleedkamers gebouwd. Hiervoor had men wel een gat moeten slijpen
in het verblijf van de bootsjongen. Vloer en wanden werden opgevuld met
isolatiemateriaal. Een mazoetkachel, gekoppeld aan radiators, zorgde voor de
verwarming, maar ook eens voor een schouwbrand. De inrichting werd verder
verrijkt met een pracht van een toog en splinternieuw meubilair. En het was
degelijk, want we gebruikten het tot het laatst. De loopbrug, de drie meter wip
uit Bobbieland, werd geplaatst en het terrein opgehoogd.
Toen was de clubkas geleegd tot op de bodem. Een Brasschaatse
jeugdfuif moest hieraan verhelpen, maar dat werd een
streep door de rekening
en er werd voor meer afgebroken dan de fuif
kon opbrengen. Wel ontdekte men dat
de luiken, het plafond, moesten geïsoleerd worden, want het
condenswater regende naar
beneden. Aan de binnenkant
werden de luiken bekleed met kurk en
buiten werd een
groot dekzeil over het
ruim gelegd. Later werd een tweede zeil aangekocht, want het eerste werd eens stuk gemaakt door enkele jongeren die kwamen zwemmen. Brokken die door de ouders van de zwemmers werden betaald.
Om de spanning er in te houden
reed er in die tijd ook al eens iemand in de vaart. Er was zelfs
een madame die stomverbaasd zei dat ze bij het uitstappen natte voeten had.
Na
de
verbouwingswerken
werden
een
aantal prominenten:
Jos
Palinckx, Robert
Orlent,
Jacques
Persoons,
reeds
enkele
jaren voorzitter van
het
VVW, en
Armand
Lams
van het
Bloso uitgenodigd voor de
feestelijke
opening
op 21 september
1979.
Zeker
Armand
Lams
is deze
datum
nooit
vergeten, want
hij
kreeg het eerste schenkbord champagne
over zich.
Misschien was
het
wel zijn manier
om
er
de
ambiance in te
brengen.
Een week
na
de
officiële
opening
werden
de
deuren
open
gezet
voor de
andere
clubs.
Terug