Onze "Rob-Roy" vond een eerste ligplaats vooraan in de kom en
verhuisde nadien naar de plaats waar nu Frans ligt. Op de huidige ligplaats
lagen toen twee woonbootjes. Toen zij later werden verkocht - het ene vond een
plaats in Parijs, de bestemming van het andere is onbekend - schoof ons
clublokaal nogmaals op en kreeg toen zijn definitieve stek.
Het volgende jaar werd er niet veel gevaren, want alle vrije tijd werd
gebruikt voor het ombouwen van het clublokaal.
Eerst werd de zijdeur, waarlangs er steeds werd binnengekomen, uitgeslepen en
dan werden de ramen gemaakt. Nadat alles thuis in de garage was geprefabriceerd,
werden de deur en de ramen ter plaatse ingelast. Hierbij sukkelde de laspost wel
eens in het water, maar hij overleefde het.
Vervolgens werd de machinekamer uitgebroken en werden in het vooronder de
douches, toiletten en de kleedkamers gebouwd. Hiervoor had men wel een gat
moeten slijpen in het verblijf van de bootsjongen.
Vloer en wanden werden opgevuld met isolatiemateriaal. Een mazoetkachel,
gekoppeld aan radiators zorgde voor de verwarming, maar ook eens voor een
schouwbrand. De inrichting werd verrijkt met een pracht van een toog en
splinternieuw meubilair. En het was degelijk want het heeft veel meegemaakt. de
loopbrug, de drie meter wip uit Bobbieland, werd geplaatst en het terrein
opgehoogd.
Terug